Dermatofilose is een bacteriële huidaandoening veroorzaakt door Dermatophilus congolensis. Er is geen richtlijn voor dit pathogeen beschikbaar.
Epidemiologie
D. congolensis werd tot voor kort vooral bij verschillende hoefdieren gevonden. Zoönotische infecties bij de mens komen soms voor. Tussen januari 2026 en juli 2026 werden er echter verschillende clusters van genetisch en epidemiologisch verwante gevallen vastgesteld in meerdere (Europese Unie)-landen, vooral bij (mannen die seks hebben met mannen) (Nederland, Spanje, Frankrijk, Zweden). In Noorwegen zijn infecties gemeld bij mensen die aan (contact)vechtsport doen.
Incubatieperiode
De exacte incubatieperiode wordt nog onderzocht. In een eerder onderzoek bedroeg de mediane incubatietijd 6 dagen. In 80% van de gevallen manifesteerdensymptomen zich tussen 4 en 14 dagen (spreidingsbreedte: 2–22 dagen) (ECDC RRA).
Ziekteverschijnselen
Dermatofilose presenteert zich als een oppervlakkige huidinfectie, met pustels, papels, vesikels en crustae op een erythemateuze achtergrond. Soms is er jeuk en branderigheid. Bij de clusters in de eerste helft van 2026 in Europa waren de aangedane delen van het lichaam vooral de behaarde lichaamsdelen zoals het anogenitale gebied, baardstreek, de romp en de benen. Mucosale of systemische symptomen zijn slechts sporadisch gemeld.
Co-infecties met andere huidbacteriën kwamen ook voor. In de gemelde clusters zijn ook personen met goed gereguleerde (Humaan Immunodeficientievirus) gemeld. Bij hen verliep de infectie niet ernstiger. Voor beschrijving van de clusters en afbeeldingen van de huidafwijkingen. Zie de publicaties:
- Suspected Sexual Transmission of Dermatophilosis among Men Who Have Sex with Men, Barcelona, Spain, 2025–2026, Descalzo V et al. (2026).
- Suspected Sexual Transmission of Dermatophilosis among Men Who Have Sex with Men, Lyon and Paris, France, 2025–2026, Degreze et al. (2026).
- Dermatophilosis among men who have sex with men, Stockholm, Sweden, March to June, 2026, Filen et al. (2026).
Diagnostiek
D. congolensis dient te worden overwogen bij patiënten die zich presenteren met passende huidlaesies, vooral op plekken die zijn blootgesteld aan nauw huid-op-huidcontact tijdens seksuele activiteit, waaronder personen die aangeven seks-op-locaties te hebben gehad.
Bij het Centrum Seksuele Gezondheid van (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Rotterdam-Rijnmond en GGD Amsterdam start in juli 2026 een project waarbij er ook in GGD-context getest wordt bij verdenkingen.Op deze manier kunnen we meer data over het pathogeen verzamelen, daarnaast was dit op verzoek van het Europese gezondheidsinstituut ECDC.
Diagnostiek bij een klinisch beeld verdacht voor D. congolensis verloopt met een swabafname van verdachte huidlaesies, geschikt voor bacteriële kweek (bijv. eswab, indien mogelijk bij voorkeur van vocht/pus).
D. congolensis kan gekweekt worden op veelgebruikte media voor bacteriële kweek (o.a. bloedagar, chocolade agar), bij 5% (carbon dioxide) en onder anaerobe condities. Duidelijke groei duurt meestal zo’n 40 uur. Op bloedagar groeien de kolonies β-hemolytisch, grijswit van kleur, verheven en gerimpeld; na enkele dagen soms met oranje-gele verkleuring. Microscopie toont langgerekte, vertakte, gram-positieve staven; transverse septa vormen soms een 'tram-track' patroon.
Identificatie met MALDI-TOF is niet in alle gevallen goed mogelijk. Vooral de Bruker MALDI-TOF kan op dit moment niet met voldoende zekerheid de bacterie identificeren met de huidige database en de gevallen tot nu toe zijn met 16S-sequencing bevestigd.
Mochten laboratoria buiten de 2 GGD’en die aan het project deelnemen, een D. congolensis vaststellen of vermoeden (op microbiologische en klinisch-epidemiologische patiënteigenschappen, maar zonder zekere MALDI-TOF-identificatie), dan verzoeken we de medisch microbiologische laboratoria om deze isolaten in te sturen naar (Centrum Infectieziekteonderzoek, Diagnostiek en laboratorium Surveillance) voor whole genome sequencing (WGS). Insturen kan op reguliere wijze via de post met de groene verzendenveloppen.
Maatregelen
Voor personen met dermatofilose
Het naleven van hygiënemaatregelen kan verdere verspreiding voorkomen. Isolatiemaatregelen zijn daarom niet nodig. Personen met dermatofilose wordt geadviseerd om:
- Huid-op-huidcontact met aangedane huid en seksueel contact te vermijden tot de huidlaesies helemaal zijn genezen.
- Spullen die in contact komen met de huid, zoals handdoeken, kleding en beddengoed, niet te delen.
- Goede handhygiëne te handhaven.
- Actieve laesies die niet onder de kleding zitten afdekken met pleisters of verband.
- Contact met dieren (en dus ook met huisdieren) vermijden. Laat de patiënt contact opnemen met een dierenarts als dieren huidlaesies ontwikkelen.
Gezien D. congolensis seksueel overdraagbaar is, overweeg ook te testen op andere (seksueel overdraagbare aandoening). Een inschatting op welke soa, kan gemaakt worden volgens het deeldraaiboek Testbeleid van het consult seksuele gezondheid.
Hoewel het gebruik van condooms belangrijk blijft ter preventie van hiv en andere soa’s, voorkomt het geen overdracht van D. congolensis. Deze verloopt namelijk via direct contact met de aangedane huid.
Meldingsplicht
Voor individuele D. congolensis-infecties bestaat geen meldingsplicht.
Contactonderzoek en -notificatie
De rol van bron-en contactonderzoek is nog niet geheel geformaliseerd. Aangeraden wordt dat de index diens seksuele en nauwe contacten van afgelopen 14 dagen informeert.
Nauwe contacten zijn, naast sekspartners, personen met wie direct huid-op-huidcontact met aangedane huidlaesies heeft plaatsgevonden.
Contacten wordt geadviseerd om zichzelf gedurende 14 dagen na blootstelling te controleren op huidlaesies en zo nodig zorg te zoeken als er symptomen ontstaan. Hiernaast moeten zij extra letten op de algemene hygiënemaatregelen.
Postexpositieprofylaxe
Er is geen indicatie voor profylactische behandeling.
Wering
Niet van toepassing.
Behandeling
Er zijn op dit moment geen klinische richtlijnen voor de behandeling van infecties met D. congolensis in Europa. De ervaring tot nu toe is dat een infectie met D. congolensis meestal mild verloopt, geen systemische klachten geeft en zelflimiterend is. Bij beperkte uitgebreidheid zonder systemische verschijnselen kan antiseptische zeep zoals betadinescrub of hibiscrub geprobeerd worden. Recente Europese casus reageerden goed op antibiotica zoals fusidinezuur (topicaal), amoxicilline (oraal) of doxycycline (oraal).
Controle
Er is geen nacontrole noodzakelijk na behandeling.
Communicatie
Publieksinformatie is te vinden op Dermatofilose | RIVM en op Dermatofilose | Man tot Man.